Larenberg in de Gooi en Eemlander

Stichting voor behoud buitenplaats Larenberg

Foto studio kastermans

LAREN – Jonkheer Henrick Van Asch van Wijck (84) en zijn vrouw Vicky bewonen niet één, maar twee buitenplaatsen, te weten Larenberg in Laren en Prattenburg in Rhenen. Onlangs hebben ze besloten Larenberg te verlaten. ,,De dagelijkse zorg voor twee buitenplaatsen wordt ons fysiek te zwaar. Maar Larenberg loslaten, dat kunnen we niet”, vertellen ze in een interview in de bijlage Vrij van De Gooi- en Eemlander.

Geen glanzende lak op het houtwerk, geen smetteloze pleisterlaag op de muren. Aan zijn schijnbaar verweerde uiterlijk dankt het woonhuis van Larenberg een verpletterende Franse charme. Vicky van Asch van Wijck – von Papen legt uit: ,,Als ik gasten krijg en ze zeggen bij aankomst: ‘Goed schilderwerk’, dan is het fout. Het huis moet patine houden.”
Vicky en haar man hebben Larenberg bijna veertig jaar bewoond. Nu het echtpaar langzaam maar zeker de bezittingen naar Rhenen verplaatst, valt het gekoesterde interieur uiteen. Donkere plekken aan de wand verraden waar de schilderijen hingen, de boekenplanken in de bibliotheek vertonen gaten.Het echtpaar ontvangt in de eetkamer, waar nog stoelen staan. Henrick van Asch van Wijck, voormalig president-commissaris van de Nederlands-Britse Bank Insinger de Beaufort, legt uit dat Larenberg niet aan zijn lot wordt overgelaten. ,,De gebouwen en de naaste omgeving blijven familiebezit, ondergebracht in een aparte BV en beheerd door onze jongste zoon. In het koetshuis komen twee huurappartementen. Wat er in het woonhuis komt, weten we nog niet. Een zorginstelling of een architectenbureau, wie zal het zeggen.”

Via zijn moeder stamt Henrick uit het patriciërsgeslacht Insinger, via zijn vader uit de adellijke familie Van Asch van Wijck. ,,Als jongen pendelde ik tijdens vakanties en op feestdagen steeds tussen twee grootouderlijke huizen. In Laren woonde mijn grootvader van moederszijde, in Rhenen woonden de grootouders van vaders zijde in een kasteel dat al drieënhalve eeuw in de familie is.” Henrick is tot in zijn vezels vergroeid met Larenberg, waarvan hij het kraken van de traptreden, het piepen van de deurscharnieren en de wijze waarop de zon door de vensters schijnt kan dromen. Vicky herinnert zich goed de eerste keer dat zij de buitenplaats betrad: ,,Larenberg was lange tijd verhuurd geweest. Op een dag zei mijn man: ‘Ga maar eens kijken of je daar wilt wonen’. Ik reed met mijn moeder naar Laren. Bij het uitstappen zei ik tegen haar: ‘Kijk eens naar die boom! Daar heeft Henrick als jongen zijn naam ingekrast, de letters zijn nog te zien. Zijn jeugdherinneringen zijn er nog. Tegen zo’n huis kan ik geen nee zeggen’. “Het beheer van twee buitenplaatsen was voor Vicky geen keuze. ,,Het kwam op mijn pad, ik nam het zoals het kwam. Anders maak je het jezelf en je omgeving zo moeilijk. Ik bridge of golf niet, daar heb ik allemaal geen tijd voor.”

Nog steeds organiseert ze lezingen op Larenberg, onderhoudt de tuin voor een groot deel zelf en bemoeit zich met het beheer van het bos rond het woonhuis. In de weekeinden worstelt ze zich met haar man door stapels paperassen. Zuchtend: ,,Bepalingen, bestemmingsplannen, noem maar op. De regelgeving van de overheid neemt alleen maar toe.” Henrick: ,,Als mijn vrouw en ik praten, zijn het lang niet altijd persoonlijke gesprekken, maar feitelijk directiegesprekken.”

Ondanks al dat werk, zijn ze opvallend monter. ,,Ach, je moet een beetje gek zijn om het beheer van twee buitenplaatsen vol te houden.” Vicky: ,,Stoppen met werken kan financieel ook niet, de schoorsteen moet roken.” U maakt een grapje? Vicky: ,,Nee, ik ben absoluut serieus. We ontzeggen ons financieel veel. De reparatie van een dak gaat voor een vakantiereis.” Al krijgen ze het straks iets rustiger, de zorgen blijven. Henrick: ,,Bij het officiële afscheid dat we hebben gevierd, is de stichting Vrienden van Landgoed Larenberg ten doop gehouden. De stichting heeft als doelstelling deze buitenplaats in stand te houden. Daar zijn we heel blij mee.” Vicky: ,,Loslaten kunnen we het niet.”. Henrick: ,,We blijven er tot onze dood mee verbonden.”

Bron: Gooi en Eemlander